Parkinson kan veel ruimte innemen.
Download hier de PDF
Trillen, stijfheid, pijn, onrust, vermoeidheid, moeite met bewegen of spreken. Soms ook angst, somberheid of een hoofd dat maar doorgaat. En juist wanneer je lichaam niet tot rust komt, kan iemand zeggen: “Probeer je te ontspannen.” Maar ontspannen kun je niet afdwingen.
Daarom gaat deze handreiking niet over rustig moeten worden. Ook niet over lang mediteren, positief denken of de ziekte even vergeten.
We houden het klein.
Een ademhaling.
Een aanraking.
Een geluid.
Een paar seconden waarin er, naast alles wat moeilijk is, ook iets anders mag zijn.
Dat noemen we hier een moment van ruimte.
Deel 1 – voor de patient
Jij bent de ruimte, niet alleen de storm. Een gids voor jezelf. Kleine momenten. Grote zachtheid. Niet om iets te bereiken. Niet om Parkinson weg te krijgen. Alleen om af en toe iets kleins te ontdekken dat er óók is. Hier. Bij jezelf. In het nu.
- Er is meer dan wat je voelt
Pijn, trillen, stijfheid en onrust kunnen heel luid zijn. Soms vullen ze bijna je hele wereld. Maar er is ook iets anders: jij merkt op wat er gebeurt. Je hoeft pijn of onrust niet weg te duwen. Je hoeft er ook niet diep in te gaan. Misschien kun je heel even je aandacht richten op iets wat daarnaast bestaat.
- Voel één ademhaling, in en uit. Niet tien. Eén is genoeg.
- Voel drie tellen lang je handen.
- Voel waar je lichaam de stoel of het bed raakt.
- Luister naar het zachtste geluid dat je kunt horen.
- Kijk naar één voorwerp en merk de kleur of vorm ervan op.
Lukt het niet? Dan is dat ook goed. Je hebt niets verkeerd gedaan.
- Micro-ontspanning – klein en haalbaar
Helemaal ontspannen lukt misschien niet. Dat hoeft ook niet. Kijk of één klein stukje van je lichaam iets minder hoeft te doen. Adem rustig uit en:
- laat je kaak een fractie los;
- laat je tong rusten;
- verzacht, als dat lukt, de spieren rond je ogen;
- laat je schouders iets zakken;
- open en sluit langzaam je hand;
- beweeg zachtjes je tenen.
Misschien verandert er niets. Misschien maar heel weinig. Dat kleine beetje telt. Kort en vaak is genoeg. Blijf ademen, blijf zacht.
- Als je lichaam niet stil wil zijn
Bij Parkinson kan juist stilzitten moeilijk zijn. Je kunt trillen, gespannen zijn, rusteloos bewegen of tijdens een OFF-moment het gevoel hebben dat je nergens prettig kunt zitten, liggen of staan. Maak daar geen gevecht van. Rust hoeft niet hetzelfde te zijn als stilzitten. Misschien helpt het om:
- zacht heen en weer te wiegen;
- rustig met je vingers te bewegen;
- een paar passen te lopen als dat veilig kan;
- je voeten bewust op de grond te zetten;
- het ritme van je beweging te volgen in plaats van de beweging tegen te houden.
Soms vind je rust in de beweging, niet door haar te stoppen.
- Eén anker
Als alles te veel wordt, probeer dan niet tegelijk je ademhaling, gedachten én lichaam tot rust te brengen. Kies één anker.
- Adem – voel alleen de uitademing.
- Aanraking – voel een hand, de stof van je kleding of een deken.
- Geluid – luister naar muziek, vogels, regen of een vertrouwd geluid.
- Zicht – kijk naar een boom, een foto, het licht door een raam.
- Beweging – voel het ritme van een paar rustige stappen.
Blijf er enkele seconden bij. Daarna hoef je niets.
- Emoties mogen er zijn
Angst, boosheid, verdriet, frustratie of machteloosheid horen soms bij leven met een ziekte die zoveel van je vraagt. Je hoeft die gevoelens niet op te lossen. Soms helpt het om alleen vast te stellen wat er is: “Dit is angst.” “Ik ben boos.” “Dit is verdriet.” “Dit is zwaar.” En dan even te voelen waar je bent: je voeten op de grond, je lichaam op de stoel, één uitademing.
Is aandacht voor je gevoel juist onaangenaam of overweldigend? Stop dan. Kijk om je heen. Luister naar een vertrouwd geluid. Zoek contact met iemand bij wie je je veilig voelt.
Ook dát is goed voor jezelf zorgen.
- Op een slechte dag gelden andere regels
Sommige dagen lukt meer dan andere. Tijdens een OFF-periode, na een slechte nacht of wanneer pijn, stijfheid of onrust overheersen, kunnen zelfs eenvoudige dingen te veel zijn. Maak de oefening dan nóg kleiner.
– Eén uitademing.
– Eén hand voelen.
– Vijf seconden naar buiten kijken.
– Of helemaal niets.
Een slechte dag is geen mislukte dag. Je hoeft vandaag niet te kunnen wat gisteren wel lukte.
- Hulp aannemen is geen falen
Medicatie. Een rollator. Een arm om op te steunen. Iemand die je helpt met aankleden. Een stoel wanneer anderen blijven staan.
Hulp gebruiken betekent niet dat je opgeeft. Het betekent dat je je energie gebruikt voor wat voor jou belangrijk is.
Zelfstandigheid betekent niet dat je alles alleen moet doen.
- Eén ding dat nu goed is
Aan het einde van zo’n klein rustmoment kun je één ding opmerken dat op dit moment prettig, mooi of gewoon oké is. Dat hoeft niets groots te zijn.
- De zon op je gezicht.
- Een warme hand.
- De hond naast je.
- Een kop koffie.
- Een vogel buiten.
- Een rustige ademhaling.
Niet om het moeilijke mooier te maken dan het is. Maar om jezelf eraan te herinneren dat het moeilijke niet altijd alles is.
Onthoud
Je hoeft niet rustig te zijn om een moment van rust te mogen ervaren. Je hoeft niets te bereiken. Soms is één ademhaling genoeg. Soms lukt zelfs die niet. Morgen is er een nieuw moment.